In Weyns' Heemkundig veldboek VI bladzijde 135 staat een plattegrond opgetekend, die niet in zijn "Kempische zandtekeningen" is weerhouden. 

Deze aaneengeschakelde ruit-vormen heb ik ooit gebruikt als "leid-draad" om een vlechtband te tekenen. (voor precieze uitleg van deze techniek zie "Keltische Vlechtbanden"). De ruiten vormen de rechte lijnstukken tussen de lussen.

Als je in het tweede vakje de lijn begint mee te volgen vanaf links, en rechts aan de grens komt, merk je dat de tekening niet af is.

Je kan dan gewoon terug keren, zoals het derde vakje aangeeft. Daarbij weef je tussen de vorige lussen in. 

Deze tweede helft van het patroon is precies het spiegelbeeld van het vorige traject!

Uiteindelijk kom je terug aan waar je vertrok, en dan sluit de lijn zich.

Het resultaat is een lopende acht, lijkend op deze die we al tegen gekomen zijn bij de "Zondagse Zandtekeningen", maar op een iets andere manier ontstaan.





Is het mogelijk dat dit ruiten-patroon een overblijfsel is van een ooit gekend ontwerp, dat er dan zo zou uitgezien hebben.




De handtekening (Deinze 16° eeuw) hiernaast toont aan dat het geometrisch principe gekend was.

Make a Free Website with Yola.