Toverknopen, Familietekens, Huismerken

In een tijd dat de meeste gewone volksmensen niet konden schrijven, merkten ze hun bezittingen (huisraad, vee, kledij) met een herkenbaar teken. Het was, letterlijk, een handtekening: ook notariële akten werden ermee ondertekend. Daarvoor moest het wel uniek zijn, dus bestonden eindeloos veel varianten. 

In de context van dit werkje zoeken we vooral naar één-lijnige, gebogen, algoritmische, symmetrische patronen.

Zo een merkteken werd vaak generaties lang doorgegeven binnen de familie. Dit gebruik is, mede door de algemene leerplicht, opgehouden te bestaan. 

Verrassing: in de Limburgse Kempen is er nog een familie waar de grootvader aan al zijn kinderen en kleinkinderen "hun" familieteken aanleerde. Eén van hen, Mieke, heeft het me op een bierkaartje voorgetekend, spontaan, uit de losse hand, in één doorgaande beweging. En het is niet zo maar een eenvoudig patroon, kijk maar eens hier ...! 

De betrokken familie beschouwt hun tekening als een kalligrafische letter "W". Omdat ze stamt uit een tijd (van wie had grootvader het?) dat schrijven, laat staan kalligrafie in deze streek nog niet uitgebreid gekend was, lijkt het me mogelijk dat dit teken méér kan zijn. Ze is dan ook een mono-lineair (!) lussen-patroon (zoals de Kempische zandtekeningen), getekend volgens welbepaalde geometrische algoritmen (zoals Tamil- en Chokwe-tekeningen),en symmetrisch (zoals vele historische  voorbeelden). En zoals hier al bleek, behoort ze eerder thuis in onze volkscultuur dan in de kalligrafie, waarin ik tot nog toe geen enkel voorbeeld gevonden heb met bovenstaande kenmerken. 

Het is werkelijk een uniek en belangrijk teken in onze volkscultuur én op wereldvlak, we mogen ons gelukkig prijzen dat deze familie dit gebruik in leven gehouden heeft! Als nagenoeg enig voorbeeld. Wiskundigen moeten dit zien, want binnen het geheel van de hier besproken geometrie is het werkelijk uniek, een klasse apart.


In "Ornament, Symbool & Teken" van René Smeets (Cantecleer 1973) staat een gelijkend beeld, echter niet één-lijnig. Maar het toont wel aan dat het wiskundig principe gekend was, en dat ermee andere varianten mee ontworpen werden. 

Naar analogie met het bovenstaande ontwerp valt dit wel te reconstrueren en aanvullend laten we de "voetsteun" weg, en gaan lusvormig aan de hoekjes om...

Heerlijk om te tekenen, moet je ook eens proberen. Kan je er kop noch staart aan krijgen? Wel, ik kan je wat deze figuur betreft, verklappen dat wanneer je als kop (het begin) de lus(-kruising) onder links (of rechts) kiest, en dan de lijn volgt (met een potlood op een afdruk bijvoorbeeld), je allicht inzicht verkrijgt in het logisch verloop ervan... 

Eenvoud 

Maar meestal zijn deze merktekens dus herkenbaar eenvoudig. 

Het simpelste en vaak voorkomend teken is de toverknoop, heksenknoop of schildknoop, verschillende benamingen voor eenzelfde "beschermend" teken. 

Hindoe-priesters, Kelten, Indianen, Siberische sjamanen en noem maar op, het lijkt er wel op dat iedereen dit kende.

Veelvuldig werd het gevarieerd en gecombineerd, zoals deze... 

Als metselaarsteken kwam het voor op kerken, zoals dit voorbeeld uit Frans Vlaanderen.

Hier zie je de toverknoop samen met de lemniscaat...

Documenten uit de zestiende eeuw, in Maaseik, Ronse en elders, tonen deze hand-tekeningen ... 

En nog andere, eveneens in Vlaanderen (Lissewege, Deinze)... 

En van simpel naar minder simpel ...

De eenvoudige "vierlus" (je kan het beschouwen als een vierkant met speels lussende hoeken) diende bij de Tamil-vrouwen als eerste stap naar een zich steeds verder uitbreidend patroon; van aaneengeschakelde gelijke deeltjes; waarlangs volgens dezelfde regels bewogen wordt. De tweede stap wordt verwezenlijkt door elke lus van de vierlus als basis te nemen voor een nieuwe vierlus. (zie figuur hieronder)

Uit een archiefstuk blijkt dat Dr. Weyns deze figuur uit Indië kende, en naast dezelfde tekening plaatste die hij tegenkwam "op het laatste blad van het memorieboek uit 1765 van de grootvader van de grootvader van mijn grootvader." 

Hieronder zie je een kopie van zijn notities.

Eveneens op een ijzeren "askrabber" uit 1862 noteerde hij dit motief. Kan je nagaan op pagina 93 van zijn "Volkshuisraad in Vlaanderen".

Mijn broer vertelt dat zijn "meester" deze figuur (omstreeks 1955) op het schoolbord voortekende, uitwiste, en dan vroeg wie hem dit kon na doen. Meerdere leerlingen slaagden er dadelijk in, mijn broer kan het nu nog steeds. 

Ook mijn ervaring is het dat leerlingen er handig in zijn en plezier aan beleven; ondanks en juist door het schijnbaar ingewikkelde patroon; als ze door hebben wat de truc is (het wiskundig algoritme zou de wiskundeprofessor zeggen). 

Net zoals Tamilvrouwen, Tchokwe-stamleden en onze vroegere boerinnen zonder schoolwiskunde die regels "doorleefden". Mooi toch? 


Vind je ook dat, na dit alles, deze figuren mogen mee opgenomen worden bij de traditionele (zand-)tekeningen alhier? 

Verwante lijntekeningen vind je Wereldwijd en Historisch.

Make a Free Website with Yola.