Dubbellus, , 8 , lemniscaat


Als je een elastiekje (cirkel) op twee plaatsen tussen je vingers houdt, en dan één kant met een handomdraai “twist”, krijg je een , haast dagelijks schrijven we het als 8 .

Het is, in al zijn eenvoud, een heel bijzondere vorm.

Vooreest blijft het een gesloten figuur, zonder begin of einde, je kan er eindeloos overheen blijven “sjeezen”.

Daarnaast bestaat de vorm uit twee gebogen curven, verbonden door twee rechte lijntjes, die elkaar kruisen. “So what!” zal je zeggen, “En dan?”

Wel: loop maar eens even met ons mee...


Op de achtbaan

We gaan mee bewegen op haar lijn. We spreken hier af om in het onderste punt en in linkse richting te vertrekken. 


Onze beweging draait langs deze onderste lus in uurwijzerzin, dan volg je een recht pad schuin naar boven, in de andere bocht draai je in tegen-uurwijzerzin, dan weer een rechte lijn schuin naar onder.

Je wisselt tussen rechtsdraaiend en linksdraaiend, tussen rechte lijn en gebogen curve, tussen stijgen en dalen.


Ritmisch bewegingspatroon

Bij het lopen, fietsen, schaatsen van een golf- en achtvorm beweegt men in het rechte stuk snel, in de kromming langzaam. Na de kromming versnellend, naar de andere kromming toe vertragend.

Het tekenen verloopt in de rechte stukken dus vlot en losjes, in het draaien intens en nadrukkelijk. We zullen vooruitziend naar de bochten vertragen, erna kunnen we weer versnellen.



Kruising

Stel je een achtbaan voor op het ijs, waar een aantal mensen achter elkaar schaatsen. Het snijpunt veroorzaakt een bijzondere ervaring : men nadert er de medemens die vanuit de andere lus de snijding bereikt, wie mag eerst het kruispunt oversteken?


Binnen - Buiten

Strekt men op een achtvormig pad een arm zijwaarts, dan wijst deze in de ene lus naar binnen, in de andere naar buiten.

En nog : mensen die in groep hand in hand de figuur nastappen zullen in de ene lus naar het centrum van de boog gericht zijn en elkaar aankijken, in de andere lus wenden ze zich naar de omgeving en keren elkaar de rug toe.



De lemniscaat verbindt op een ritmische wijze twee tegengestelden,

verenigt op een harmonische manier twee tegenpolen,

laat polariteiten evenwichtig met elkaar in wisselwerking treden.


Komt deze vorm, dit proces ook in de werkelijkheid voor?

Geef een dirigent maar eens een potlood in de hand en hou dan een papier voor hem...

Richt je fototoestel naar de zon, en neem elke dag op hetzelfde uur een foto (op hetzelfde negatief), een jaar lang. De zon beschrijft een 8 !

Bij het begin van lente en herfst is de zonneboog hetzelfde, maar in het voorjaar is hij aan het groeien en in het najaar aan het afnemen.

De cyclus van de seizoenen;

de sapstroom tussen stengel en wortel;

zenuwstelsel tussen hersenen en lichaam;

bloedsomloop tussen longen en organen;

ademhaling tussen buitenlucht en longen,

al deze gebeurtenissen hebben lemniscatische eigenschappen.


Bovendien zijn in veel van deze processen spiraalvormen alom tegenwoordig.

Wil je hier meer over weten lees dan “Lemniscaat & Omkeerspiraal” (158p). (verwijzing volgt)

Ondertussen gaan wij terug naar onze traditionele zandtekeningen.


Lopende 8

Door de 8 ook een zijwaartse beweging mee te geven ontstaat een “lopende acht” : begin met enkele acht-bewegingen (waarvan de onderste lus rechtsdraaiend is) en verschuif dan gelijktijdig naar rechts.



Zo strooiden onze boerinnen dat, en maakten er een kader van, om terug bij het begin te komen, en een gesloten lijn te verwezenlijken. Andere manieren vindt je wereldwijd en historisch.


Hoe strooi je dit nu praktisch?

Gewoon door het te doen, want dat gaat heel gemakkelijk, het is een natuurlijke beweging. Met veel oefenen benader je regelmaat. Om de sluiting te verwezenlijken is wel wat “mikwerk” vereist.

Wil je toch met puntjes werken? Leg dan een eerste lijn (rechthoekig, cirkelvormig?). De tweede lijn leg je er onder, op dubbele puntjesafstand (zie figuur). Je gaat achter het volgende puntje om, en keert even terug naar voor en rond het puntje, en zo verder. Klinkt moeilijk, is gemakkelijk.

Moest je het zien voordoen, dan deed je het zonder moeite na, maar ja dit is een schriftelijke beschrijving. Volg met je vinger de figuur, gebaar ze even in de lucht, dan op papier. Ga heen en weer over de tekening, verbeter telkens lichtjes. Oefen dus ook van rechts naar links.

Bij de traditionele lijntekeningen loopt begin en einde vaak uit op een spiraal, klein of groot.


Meanderreeks

In het Kempennummer van “Ons Heem” (Herfstmaand 1986) staat een afbeelding van hoe Joris Olyslaegers een meanderreeks strooide (deze met de puntjes).

Ook deze ontstaat uit een verschuivende 8 : de bovenste lus draait nu rechts, terwijl je naar rechts verschuift. Geen snijding hier, dus ook geen lussen, de bochten raken elkaar (de rivier staat op het punt de oevers te doorbreken...). De tekening ontstaat uit hetzelfde, lemniscatisch bewegingsgebaar.

Ook gemakkelijk, meer zelfs: als je per vergissing je acht anders begon te draaien, komt deze meanderreeks spontaan te voorschijn. Goed hé, foutjes maken...

Overigens ben ik in Weyns Heemkundige Veldboeken een zandmotief tegengekomen dat niet lijkt te passen in deze patronen, maar er misschien toch iets mee te maken hebben. Het is echter een twijfelgeval ...

 Wil je enkele historische dubbel-lus-patronen zien?

Of heb je genoeg gelust, en wil je nu wat anders? Zoiets als "Spiralen" bijvoorbeeld? 

Make a Free Website with Yola.